Over mij

Mijn foto
Beste bezoeker! Welkom op mijn digitale portfolio! Mijn naam is Christel Verdaasdonk en ik doe de opleiding van docent beeldende kunst en vormgeving aan de kunstacademie Artez. De komende vier jaar kun je hier mijn ontwikkeling bijhouden. Ook kun je zien wat ik allemaal gemaakt heb tot nu toe! Neem gerust een kijkje!

zondag 13 juni 2010

Zelfreflectie studie jaar 1

Ik heb dit jaar erg veel geleerd, ik heb het dan ook ervaren als een leuk, creatief en druk jaar.
Toen ik met deze opleiding begon kon ik eigenlijk nog vrij weinig. Tekenen en schilderen deed ik wel, maar met driedimensionale werken had ik nog niet echt veel ervaring. Het enige wat we op de middelbare school hadden gedaan was figuurzagen en kleien (ik noem dit geen boetseren omdat dit niet echt veel voorstelde). Ik ging dan ook naar de academie omdat ik wel aardig kon tekenen.
Ik zag niet echt toekomst in de andere vakken.
Ook had ik nog niet heel veel kennis van kunstenaars of kunststromingen. Ik kende er natuurlijk wel een aantal maar die kennis was allemaal redelijk globaal.
Tot mijn verbazing gingen 3D en 4D vakken me ook erg goed af. Ik begin 3D zelfs steeds leuker te vinden en ik ben ook zeker van plan om hier later iets mee te gaan doen.
Ik heb dus een heleboel geleerd. Zoals ik al gezegd heb kon ik aan het begin van het jaar alleen werken met een figuurzaagje. Het was dus best wel een grote stap om ineens met machines te gaan werken. Ik vond de machines eng en was bang dat ik iets fout zou doen.
Maar na de opdracht met de ladders heb ik mezelf helemaal over deze angst heen gezet. Ik kan nu met de houtmachines werken, een beetje lassen en ik kan ook al redelijk goed overweg met de metaalwerkplaats.
Ik zou nog wel graag willen leren hoe alles werkt in de keramiek werkplaats. Ik ben dan ook begonnen aan een vrije keuze opdracht waarbij ik met gips moet werken.
De stages zijn ook erg goed verlopen. Aan het begin vond ik het best spannend om voor de klas te staan, maar hoe vaker je het doet hoe makkelijker het word. Ik heb dan ook plezier in het lesgeven. Wel vind ik dat je erg goed merkt aan wat voor leerlingen je les geeft. Basisschool leerlingen zijn overal enthousiast over. Middelbare school leerlingen daarentegen zijn minder snel te vrede met een opdracht.
Ik heb dit jaar erg veel kennis opgedaan over tekenen, schilderen, boetseren, de werkplaats en over kunstgeschiedenis, maar ik denk dat er nog genoeg te leren valt de komende 3 jaar.
Ik heb ervoor gekozen om naar de kunstacademie te gaan omdat ik wel aardig kon tekenen en schilderen. Ik heb dan ook altijd gedacht dat ik daar in verder zou gaan. Dit schooljaar bleek echter dat ik ook wel redelijk goed ben in 3D en 4D. Dit had ik echt niet verwacht. Ik blijk dus meerdere sterke kanten te hebben. Ook kunstgeschiedenis vind ik heel erg interessant en leuk.
Mijn zwakke punten zijn denk ik de computer en meten (wiskunde/rekenen). Ik vind het nog erg lastig om te werken met word en photoshop. Ook vind ik het lastig om precies te berekenen welke afmeting ik nodig heb om mijn werk kloppend te maken.
Ik wil beslist beter leren lassen en technischer leren denken. Ik ben een grote bewonderaar van het werk van Jean tinguely. Hij maakt grote nutteloze machines van oude spullen en oud ijzer. Deze machines kunnen echt bewegen en het is een erg spannend beeld om naar te kijken. Graag zou ik ook ooit zulke enorme machines in elkaar willen kunnen zetten.
Maar voordat ik dat kan moet ik me dus flink specialiseren in het lassen en in techniek.
Wat mijn kansen betreft denk ik dat ik alle kansen heb genomen die ik heb gekregen. Ik vind zelf dat ik dit jaar hard heb gewerkt en veel inzet en motivatie heb getoond.
De verwachtingen die ik had van dit studie jaar heb ik wel redelijk waargemaakt. Ik ben ervoor gegaan en ben ook van plan om dat te blijven doen.
De competenties gaan al best goed. Ik ben erg goed in plannen en ook het voor de klas staan gaat beter. Wel moet ik werken aan mijn zelfvertrouwen. Ik ben erg onzeker en ben snel bang dat ik iets niet goed gedaan heb of dat iets niet goed genoeg is. Voor de klas kan dit een groot probleem worden. Ik zal hier dus nog hard aan moeten werken.
Ik heb dit jaar erg veel geleerd, ook ben ik anders gaan denken over kunst.
Ik kijk met veel plezier uit naar de volgende 3 jaar!

de vernieuwde basisvorming

Wat houd de vernieuwde basisvorming in?

De achterliggende gedachte achter de basisvorming is om de versnippering van alle schoolvakken terug te dringen. Het is dus de bedoeling dat leerlingen verbanden tussen vakken gaan ontdekken en minder verschillende vakken krijgen aangeboden. De hoeveelheid kerndoelen worden flink teruggebracht tot een overzichtelijk aantal.

De vernieuwde basisvorming op mijn stageschool

Op het D.s.Pierson college in Den Bosch was er zeker sprake van de vernieuwde basisvorming.
Er is een apart deel van de school ingericht als kunstvleugel. In deze kunstvleugel is een lokaal voor 3D en een lokaal voor 2D. Deze lokalen liggen tegenover elkaar. Tussen deze lokalen in is een atelier gemaakt. Hier kunnen de leerlingen zelfstandig werken aan hun kunstvakken. Er is ook een aparte ruimte voor leraren, het zogenaamde leraren eiland. De muren hiervan zijn van glas zodat de leraren alles goed in de gaten kunnen houden.
Het schooljaar op het Pierson is ingedeeld in 5 periodes. De leerlingen die het kunstvak volgen hebben dus de ene periode 2D en de volgende periode 3D. De vakken worden dus om en om gegeven. Ook krijgen de leerlingen kunstgeschiedenis en moeten ze hier toetsen over maken.
Er word dus veel aandacht besteed aan kunst op deze school.
Vroeger was het zo dat je handvaardigheid of tekenen had. De vakken waren niet gemengd. Ook waren de lokalen niet bij elkaar in de buurt. Als je dus handvaardigheid had leerde je niets over tekenen en als je tekenen had niets over handvaardigheid.
Door de vernieuwde basisvorming krijgen leerlingen de kans om zich te ontwikkelen in beide vakken.
Maar de vernieuwde basisvorming is niet alleen terug te zien in de kunstvakken, er is ook een talenlab waar je kan werken aan de talen Duits, Frans, Nederlands en Engels. En er is ook nog een gewoon lab waar je proefjes voor natuurkunde, biologie en scheikunde kunt uitvoeren.

Korte inleiding:

Deze stage gingen we in tweetallen 9 maandagen lang meelopen op een middelbare school.
De bedoeling van deze stage was dat we erachter kwamen waar we nu staan en waar we over een paar jaar willen staan. Dus welke punten nu goed gaan en welke punten nog iets minder goed. Zo kunnen we bij een volgende stage nieuwe leerpunten opstellen en onszelf verbeteren.
Liza Uijting en ik hebben stage gelopen op een school voor Vmbo, Havo en Atheneum. Namelijk het Ds. Pierson college in Den Bosch.
Saskia de Kort was onze stagebegeleidster. Zij heeft ons deze 9 maandagen erg goed begeleid. Ze was eerlijk maar ook erg aardig. Door haar voelde ik me meer op mijn gemak tijdens de stage.
Saskia geeft les aan een havo/vwo brugklas, een havo 3 klas, een Vmbo 3 klas en een Vmbo 4 klas. Liza en ik hebben tijdens deze stage les gegeven aan de brugklas en veel geholpen bij de havo 3 klas. Bij de Vmbo klassen hebben we vooral geobserveerd en aan het eind van de stage zijn we tijdens deze lessen gaan werken aan ons verslag .
Op het Pierson college word erg veel aandacht besteed aan het vak handvaardigheid. Er is een grote kunstvleugel die bestaat uit een handvaardigheid lokaal, een tekenlokaal, een leraren eiland en een atelier. In het leraren eiland zitten de kunst leraren te overleggen en koffie te drinken en in het atelier kunnen de leerlingen van havo en vwo werken aan hun huiswerk.
De vakken tekenen en handvaardigheid zijn verdeeld in periodes. De leerlingen hebben dus om en om les in tekenen en handvaardigheid.
Ook zijn er veel materialen, machines en andere gereedschappen aanwezig. Hierdoor hebben de leerlingen veel mogelijkheden in het vak en worden ze niet beperkt door een tekort aan benodigdheden.

Hieronder kun je lezen hoe onze eerste stage dag verliep.

Dag 1

Vandaag hebben wij onze eerste stagedag gehad.
Deze bestond uit acht lesuren van 50 minuten.
Het eerste en tweede uur hadden we een Havo/Vwo 1 klas.
Zij werken op dit moment aan een opdracht die te maken heeft met Egypte. Aangezien dit de eerste dag van onze stage was hebben we alleen geobserveerd en af en toe rondgelopen om de leerlingen wat tips te geven.
Mevrouw de Kort is heel duidelijk in haar uitleg en je kan echt merken dat ze overwicht heeft in de klas. Als de klas niet luistert of te druk is verheft ze haar stem of slaat ze een keer met de deur. Ook krijgen de leerlingen waarschuwingen en treed ze streng op.
Als de leerlingen te hard praten moeten ze dan ook 10 minuten doodstil zijn. Wie dit niet is moet nablijven.
Het derde uur hadden we een tussenuur. We zijn toen even naar de leraren kamer gegaan en hebben daar op het prikbord een briefje met onze foto’s en naam gehangen. Dit deden we zodat leraren zouden weten dat wij hier stage lopen.
Het vierde uur hadden we een Mavo 3 klas. Zij kregen een les CKV. Ook deze les hebben we alleen geobserveerd. De klas was erg druk en Mevrouw de Kort moest hen individueel aanspreken om reactie te krijgen. In deze les werden er een paar presentaties over muziek gehouden.
Het vijfde en zesde uur hebben we geobserveerd bij een Mavo 4 klas. Deze klas hield zich bezig met het eindexamen werk voor tekenen. De bedoeling was dat ze een traktatie zouden bedenken en uittekenen voor een belangrijk persoon in hun leven. Ook deze klas was erg druk. Er werd veel gescholden en de leerlingen waren niet serieus aan het werk.
Ten slotte keken we het zevende en het achtste uur mee met een Havo 3 klas die het vak handvaardigheid hadden. De klas begon deze les met het maken van een beeldje uit speksteen. Het was de bedoeling dat ze een bestaand dier zouden stileren. Dit dier zouden ze dan uiteindelijk in speksteen gaan maken.
De Havo 3 klas was erg leuk, de leerlingen kwamen tijdens de les gewoon naar ons toe om vragen te stellen. De vragen konden we goed beantwoorden en het was leuk om de leerlingen advies te geven.
We hebben deze dag dus vooral geobserveerd. Het was een leuke dag en we hebben nu al een redelijk beeld van de soort leerlingen die we les gaan geven.
Wel hebben we met Mevrouw de Kort afgesproken dat we geen les gaan geven aan de Mavo klassen.

Evaluatie

Tijdens deze stage heb ik veel geleerd. Als ik voor de klas sta voel ik me zekerder en heb ik al meer het idee dat ik de leraar ben. Ik vond deze stage ook erg leuk. Ik heb met plezier voor de klas gestaan en vond het een erg leuke ervaring.
Ik heb het idee dat ik in veel competenties ben gegroeid.

Ik ben het meest gegroeid in het inter-persoonlijk competent. Aan het begin van de stage was ik erg verlegen en durfde ik niet echt voor een grote klas te staan. Ook was ik erg onzeker over wat de leerlingen van me zouden vinden. Tijdens de stage is dit heel erg veranderd. Ik ben zekerder geworden en ik sta met een goed gevoel voor de klas. Dit maakt het lesgeven veel aangenamer.

Ik ben ook gegroeid in het pedagogische competent. Ik luister naar de leerlingen en maak praatjes met ze. Ook heb ik geen vooroordelen over de leerlingen ik accepteer iedere leerling zoals hij of zij is. In het begin was ik niet zo open over mezelf naar de leerlingen toe. Later in de stage deed ik dit wel. Hierdoor voelen leerlingen zich ook meer op hun gemak. Ik denk dus dat ik het in me heb om de leerlingen een goed gevoel te geven als ze in mijn klas lokaal zijn.

Het organisatorische competent gaat ook steeds beter. Aan het begin van de stage wist ik niet hoe je een les moest organiseren en hoe je het beste orde kon houden in een klas. Bij dit competent heb ik veel geleerd van Saskia de Kort. Ik deed dezelfde dingen als dat zij deed. Ik kopieerde haar manieren om orde te houden en de manier waarop zei haar uitleg gaf. Dit hielp en hierdoor begreep ik beter hoe je een les moet voorbereiden en hoe een les in elkaar zit. Hoe vaker ik een lesje gaf hoe meer dingen ik probeerde en hoe strakker de uitleg in elkaar zat. In dit competent kan ik nog wel meer groeien. Er valt nog zat te leren maar ik heb wel het idee dat ik er tijdens deze stage behoorlijk in gegroeid ben.
Het competent samenwerken met collega’s en het competent samenwerken met de omgeving zijn denk ik redelijk gelijk gebleven. Ik heb er nooit echt moeite mee gehad om mensen aan te spreken of om tips te krijgen. Ook kon ik me redelijk goed en snel aanpassen aan de werkomgeving. Ik heb met deze competenties geen problemen gehad.
Met het inhoudelijk en vakdidactisch competent had ik nog wel wat moeite. Ik vind het erg moeilijk om in te schatten wat er gaat gebeuren in een les. Ik weet nog niet echt wat ik wel en wat ik niet goed vind. En ik vind ook snel iets goed. Op sommige vragen van leerlingen kon ik ook niet meteen antwoord geven. Voor een volgende stage is het misschien goed om van te voren te bedenken wat ik tolereer en wat ik van bepaalde dingen vind. Ook moet ik misschien bedenken wat voor vragen er gesteld zouden kunnen worden.


Het laatste competent in reflectie en ontwikkeling zit ook wel goed. Ik ben erg vooruit gegaan in deze korte periode. Ik voel me meer docent dan leerling en ik heb het idee dat ik erg veel dingen heb geleerd. Veel van deze dingen heb ik gezien bij andere docenten. Ik ben erachter gekomen dat het goed is om te zien hoe een ander een probleem oplost. Dit kun je namelijk toepassen of jezelf.
Ik vond deze stage dus erg leerzaam en leuk. Ik heb veel geleerd en hoop de komende jaren nog veel meer de leren!

zaterdag 1 mei 2010

3D thema natuur

Met 3D thema natuur. Hebben we drie eindwerken gemaakt. Deze zijn alledrie gebaseerd op de natuur.

Het eerste werk is gemaakt van klei. Het was de bedoeling dat we dingetjes uit de natuur gingen bestuderen zoals takjes, bladeren enz. Hier moesten we op in zoomen. En een klein deel van zoals in mijn geval een takje met doorns gaan vergroten in klei. Dit was voor mij de eerste keer dat ik met klei werkte. Ik vond het aan het begin wel erg lastig omdat de klei steeds inzakte. Toch ben ik erg tevreden over het resultaat.



Bij het tweede werk gingen we ook inzoomen. Maar bij dit werk stond de constructie centraal. Deze constructie moest je uitwerken in hout, metaal of kunststof. Ik heb er bij deze opdracht voor gekozen om de constructie van een blad in hout en metaal uit te werken.



Bij de derde opdracht stond het uitzoomen centraal. We moesten een landschap maken naar aanleiding van een gedicht. Het landschap moest eruitzien alsof je het vanuit een vliegtuig bekeek.
Mijn gedicht ging over een doorzichtig winterlandschap. En een brugje met drie bogen.

3D Beeldend

Met 3D beelden gaan we kijken naar het menselijk lichaam. We gaan goed kijken naar de verschillende houdingen die de mens kan aannemen en dit uitwerken in klei. We gaan dus mensfiguren boetseren.

De eerste les gingen we twee mensfiguren boetseren. We kregen anderhalf uur de tijd per mensfiguur. Mede studenten stonden om de buurt model.







Verder hebben we nog meer mensfiguren geboetseerd. Een zittende figuur, een figuur op een stoel en een in elkaar gekrompen figuur.







Een volgende opdracht die we kregen was het maken van een mensfiguur uit was. Deze moest in relatie staan met een geometrisch figuur. In het mensfiguur van was zit een skelet van lasdraad. Mijn figuur zit op een trommelvorm, hierdoor zakt de trommel in.



Na het figuur van was gingen we nog een mensfiguur maken, deze werd gemaakt van houtsnippers. De houtsnippers moetst je aan elkaar plakken met een lijmpistool.





Ten slotte moesten we een eindbeeld gaan maken. Deze moest geinspireerd worden op plaatjes van mensfiguren die je had moeten zoeken gedurende de opdracht.
Het eindresultaat is een liggende gestileerde vrouwen met overdreven vormen. Ik vind het contract bij haar benen erg leuk, het trekt je aandacht.

woensdag 4 november 2009

Filosofie

Voor filosofie kregen we de opdracht om de grot uit de theorie over de ideeenwereld van plato te tekenen.
Zijn theorie:
Er is een donkere grot, daarin leven geketende mensen die nog nooit de buitenwereld hebben gezien en al die tijd in dezelfde houding hebben gezeten. Achter hen staat een grote muur, waarachter een vuur brand. De mensen zitten met hun rug richting de uitgang van de grot.
Op de muur staan soort mensfiguren die dingen omhoog houden, deze voorwerpen worden geprojecteerd op de wand van de grot. Het enige wat de bewoners van de grot dus zien is de wand met schuduwen.
Nou zou er een grot bewoner zijn die wist te ontsnappen en via de uitgang van de grot naar buiten wist te komen. Buiten zag hij prachtige kleuren en dingen en heel veel licht. Hij had vrolijk rond kunnen gaan rennen en zich kunnen verwonderen over al het mooie wat hij zag, maar dit deed hij niet. Hij gaat terug naar de grot en vertelt de andere inwoners wat er zich buiten afspeeld en dat ze al die tijd alleen maar naar schaduwen hebben zitten kijken.
Zijn mede inwoners geloven dit niet, worden kwaad en vermoorden hem.



woensdag 30 september 2009

didactiek

Voor didactiek moesten we nadenken over de negatieve en positieve punten van een docent.
Volgens mij moet een goede docent:

1. Kunnen luisteren, dus een leraar moet ook echt naar een antwoord van een leerling luisteren en daar eventueel op in gaan.
2. Duidelijk zijn, de opdrachten die hij/zij geeft moeten goed en duidelijk uitgelegd zijn dit zou kunnen door middel van voorbeelden en op het bord schrijven.
3. Onpartijdig zijn, hij/zij trekt niemand voor en vindt dat iedereen gelijk is.
4. Heeft geduld en geeft opbouwende kritiek.
5. Weet hoe hij moet omgaan met leerlingen, hij/zij moet dus niet te afstandelijk tegen de leerlingen doen maar ook weer niet te open.
6. Geeft gemeende complimenten en nuttig advies.
7. Weet wat hij/zij wil gaan vertellen in de les.
8. Weet hoe hij/zij een klas zijn aandacht krijgt, hij/zij weet dus orde te houden in een klas.
9. Heeft afwisseling in zijn lessen.
10. Roddelt niet over leerlingen en laat iedere leerling in zijn waarde

En een docent is slecht in mijn ogen als hij/zij:

1. Een lievelingetje heeft en die voortrekt.
2. Als hij/zij niet openstaat voor de meningen van zijn/haar leerlingen als dit afwijkt van zijn/haar eigen mening
3. Als een leraar zijn leerling niet laat uitpraten als hij/zij antwoord wil geven op een vraag of een vraag wil stellen.
4. Als hij/zij geen geduld heeft als hij/zij een leerling iets meerdere malen moet uitleggen.
5. Als hij/zij alles toelaat en geen orde kan houden.
6. Als hij/zij iedere les hetzelfde progamma heeft.
7. Als hij/zij iedere les onterecht boos word bijvoorbeeld als iemand iets niet snapt.
8. Als hij/zij iets niet uitlegt dus eigenlijk geen idee heeft van wat hij/zij nou eigenlijk aan het vertellen is.
9. Als hij/zij niet houdt van zijn/haar vak.
10. Als hij/zij leerlingen slaat of uitscheldt.




Kindertekeningen, samenvatting van de lessen

Het beeldende vermogen van een kind, begint vanaf het eerste levensjaar.
Voor kinderen is het belangrijk om te tekenen omdat ze hierdoor een hoop eigenschappen ontwikkelen. Ze ontwikkelen namelijk de motoriek en de fantasie, het omgaan met techniek en het uiten van expressie. Maar ook helpt het tekenen bij het verwerken van emoties.

Alle kinderen vinden het leuk om te tekenen, maar er komt ooit een moment dat sommige kinderen het leuk blijven vinden en dat andere afhaken. Dit komt vaak door docenten die het kind niet genoeg uitdagen. Het kan ook komen doordat een docent een leerling te moeilijke opdrachten geeft.
Het is ook belangrijk voor een docent om te letten op het tekengedrag van het kind. Als een kind bijvoorbeeld steeds hetzelfde tekent, moet hierop gewezen worden. Dit omdat het kind zichzelf hierdoor een truckje aanleert. Dit is negatief voor de tekenontwikkeling van het kind.

Wanneer kan een kind tekenen?
Het kind moet een potlood vast kunnen houden en moet kunnen zitten om te kunnen tekenen. Een kind zal zich aan het begin verbazen over het spoor dat het potlood achterlaat op het papier. Vaak beschikken jonge kinderen nog over een grove motoriek. Hierdoor beweegt het kind met zijn hele bovenlichaam tijdens het tekenen. Het potlood word in de volle vuist vast gehouden. Het kind tekent tijdens deze fase slechts hier en daar wat sporen.
Dit gaat zo door totdat het kind erachter komt dat een spoor een lijn kan worden. Het kind zal zijn sporen dan van punt naar punt gaan verbinden. Dit heet de krabbelfase.
Als het kind hierachter komt kan het langzamerhand lopen en leert het de motoriek steeds beter te beheersen.
Motoriek staat gelijk met waarnemen. Als een kind net is geboren kan het nauwelijks waarnemen. Hoe ouder het kind word, hoe beter de motoriek maar ook de waarneming worden. Het lopen moet zich ontwikkelen en het waarnemen ook.

Het krabbelen in de krabbelfase gaat in het tweede levensjaar vaak over in ronddraaien. Hierbij zijn het begin en het eind van de krabbel niet met elkaar verbonden. Hier heeft het kind nog moeite mee. Uiteindelijk lukt dit wel en kan het kind gesloten vormen tekenen.
De laatste fase van de krabbelfase heet de gecodeerde fase. In deze fase gaat het kind benoemen wat het getekend heeft. Het kind probeert hier de inhoud en de tekening met elkaar te verbinden en maakt zijn eigen werkelijkheid. Een kenmerk van deze fase zijn de koppoters ook wel kopfoeters genoemd. Dit zijn herkenbare figuren, deze figuren zijn vaak erg uit verhouding.

De gecodeerde werkelijkheid speelt zich vaak af tussen het vierde en het negende levensjaar.
Dit is de meest interessante periode. Het kind tekent spontaan en creatief en bedenkt oplossingen voor beeldende problemen. In deze periode maakt het kind ook afspraken over het wat en het hoe. Het ene kind ontwikkelt zich visueel meer dan het andere kind. Dit verschil kun je onderverdelen in het fysioplasme en het ideoplasme. Ook wel schauers en bauers genoemd in de Duitse literatuur. Dit stamt af uit de prehistorie. De schauers zouden namelijk jagers zijn geweest en de bauers zouden landbouwers zijn geweest.
Aangezien een jager rekening moet houden met snelheid en sporen moet leren zien, trekken schauers een omtreklijn van de hele figuur. Bauers stellen de figuur daarentegen samen uit verschillende delen. Het is bekend dat de schauers vaak meer visueel begaafd zijn dan de bauers.
Er zijn maar een heel beperkt aantal dingen die in deze fase getekend worden. Het kind begint meestal met het tekenen van mensfiguren (koppoters). Het figuur mens en het figuur boom zijn ontstaan uit hetzelfde oerprincipe. Uit dit principe ontstaan meerdere figuren zoals huizen, bomen, voertuigen, dieren en wolken.
Een begrip dat we veel terug zien in kindertekeningen is het begrip ideografische kenmerken. Dit houd in dat het er meer omgaat dat het voorwerp of de figuur er staat dan hoe of waar het staat. Een veel voorkomend voorbeeld is de schuine schoorsteen. Het komt ook vaak voor dat de elementen los van elkaar in het beeld staan. Dit heet wanordelijke plaatsing. Vaak begint het papier ook al een boven en een onderkant te krijgen. De figuren worden op de onderkant van het papier getekend. Dit heet de eerste ordening.
Tijdens de levensperiode van 4 tot 9 zijn er veel opmerkelijke elementen te zien in de kindertekeningen. Een aantal begrippen uitgelegd.

Kubistisch tekenen
Het kind kiest bij het tekenen van een figuur de meest sprekende kant. Hierbij zijn de voorkant en de zijkant vaak gemengd. Het hoofd zie je bijvoorbeeld van voor en de benen zie je van de zijkant. Ook zie je in een tekening vaak twee aanzichtpunten. Bijvoorbeeld vanaf vogelvluchtperspectief maar tegelijkertijd ook recht van voor. Je ziet bijvoorbeeld een weg vanaf boven en een mens vanaf de zijkant.

Omklappen
Bij het omklappen worden figuren vaak in verschillende composities gezet. Een boom kan bijvoorbeeld schuin staan of op zijn kop hangen.

Doorzichtigheid
Dit houd in dat je de binnenkant van een object kan zien. Bij een huis kun je bijvoorbeeld naar binnen kijken. Je ziet de keuken, de slaapkamer en de badkamer.

Haakscontrast
Alles staat haaks. Armen staan bijvoorbeeld haaks op het lichaam en een schoorsteen loopt recht met het dak mee.

Juxtapositie
Hierbij worden de objecten afzonderlijk verplaatst. Alles is los van elkaar verdeeld over het vel.

(Pas bij 8 jaar is overlapping en afsnijding te zien.)

Exemplariteit
Het kind kiest wat bijzonder is voor een figuur. Het kind overdrijft dus de kenmerkende eigenschappen van een persoon. Bijvoorbeeld een strik in het haar. De strik word overdreven groot getekend.




Belangrijkheid en verdringing
Als iemand aan het vissen is zie je een grote arm met daarin de hengel. De andere arm word niet getekend.

De schrijfhelling
Een kind tekent van linksonder naar rechtsboven.
Het schuine van het schrijven zie je in een heleboel kindertekeningen terug.

Kleur codering
Het kind kiest niet voor de object kleuren maar kiest zelf kleuren voor het object. De kleuren wijken af.
Rond een jaar of 8/9 worden de kleuren realistischer. Je ziet dan bijvoorbeeld witte wolken en een blauwe lucht. Ook kun je typische jongens en meisjes tekeningen herkennen. Dit kun je herkennen aan de onderwerpen en aan het kleurgebruik.


Geestelijk gehandicapten
Kindertekeningen zijn de beste garantie om de ontwikkeling van een kind te zien.
Volwassen met een achterstand doen hetzelfde wat kinderen doen.
Er worden in deze tekeningen ook veel penissen en borsten getekend. Deze worden overdreven. Ook kinderen doen dit.

Levensfase 9 to 12

Eerst bedacht het kind individueel oplossingen voor beeldende problemen. Maar dan komen er de eerste valkuilen op de weg van het kind. De wens van het kind om naturalistisch te gaan tekenen. Een kind rond de 6,7,8 a 9 jaar tekent zonder te kijken. Bij een kind van 9 tot 12 komt er een verband tussen het tekenen en het kijken.
Kinderen leren dus beter te kijken in deze fase.
Het kind moet in deze fase meer gestimuleerd worden om te gaan tekenen. Door de grote eis (het realistisch tekenen) denkt het kind, ik kan het niet en het klopt niet.
Het kind probeert nu alles te tekenen wat het ziet. Alle kleine details zoals de houtnerven worden getekend. Dit komt in het code tekenen niet voor.
Er komt ook een wens naar repeteren. Het willen aanleren van een truckje. Dit heet het schema tekenen. Uiteindelijk word dit de dood in de creatieve pot. Als docent moet je dit kunnen doorzien.
Schema tekenen kun je herkennen als een kind de hele tijd hetzelfde tekent. In deze herhaling zit ergens een eind omdat de mensen er dan niet meer van onder de indruk zijn. Als docent moet je dit voorkomen.

woensdag 23 september 2009

3D vormgeving

Op dit moment zijn we met 3D bezig met het ontwerpen van een ladder, je kijkt naar wat een ladder nou eigenlijk precies is en waar een goede ladder volgens jou aan moet voldoen. Ook moet je jou gevoel dat je hebt bij een ladder omschrijven en naar voren laten komen.
Het eerste deel van de opdracht is het maken van een Ladder boek dit moest gebaseerd zijn op jou ladder gevoel.

Mijn ladder gevoel is als volgt: Wat voel of ervaar ik als ik op een ladder sta? Voor mij is een ladder een soort verlengstuk van jezelf, zonder de ladder zou je nooit daar kunnen komen waar je met de ladder wel kunt komen. Het is misschien hoog, stijl en eng maar je moet wel naar boven. Dit moet dan ook stapje voor stapje gebeuren, je bent namelijk niet in een keer boven. Ik zie het dan ook zo, namelijk als een levensladder en dan heb ik het over kennis en de manier waarop je jezelf leert kennen.
Je leert in je leven stapje voor stapje steeds meer. Als kind is alles nieuw en interessant en heb je een heleboel algemene vragen, je weet nog maar weinig en je moet alles nog ontdekken. In de verdere loop van je leven leer je steeds meer en ga je over steeds meer dingen nadenken, je gaat je dus ontwikkelen. Aan het eind van je leven ben je oud en wijs (of juist niet) je hebt veel geleerd en veel levenservaring. Dit komt omdat je het leven stapje voor stapje hebt doorgemaakt. Op je weg naar boven kom je levensvragen tegen. Wie ben ik? Wat is het doel van mijn leven en wat gebeurd er als ik sterf? Op die vragen kun je een antwoord vinden of niet, daarbij heeft natuurlijk ook iedereen andere antwoorden. Iedereen zijn levensladder is dus anders ingevuld.

Je maakt dus eigenlijk jou eigen levensladder. Ik zie de treden die je stap voor stap zet dus als levensvragen die maken wie jij bent. Naarmate je ouder word groei je dus lichamelijk maar ook geestelijk. Symbolische gezien zie ik de ladder dus als het verloop van een leven waarin je stapje voor stapje groeit.

Hierop heb ik een idee gebaseerd namelijk een 3D puzzel die je op kunt stapelen met daartussen laddertjes. Op de platte vlakken staat de tekst van het boek.




Na het maken van dit ladderboek moesten we 4 kleine ladders (1m lang) ontwerpen en die ook maken.

De eerste ladder was de ladder met het thema materiaal, het materiaal moest hout zijn, je moest de ladder uit een plankje maken en de ladder moest aan bepaalde maten voldoen.
Ik heb een ladder gemaakt die gebaseerd is op de vorm van een kam.




De tweede ladder moesten we maken op functie, het was de bedoeling dat je zoveel mogelijk uit de ladder zou halen. Hij moest veilig zijn, handig, stevig enz enz.
Mijn ladder is demontabel en gemaakt van ijzer. Het is een lange ijzeren paal waar je schroefdraad in en uit kan draaien.









Bij de derde ladder was de betekenis van belang. Er moest dus een gedachte achter je ladder zitten. Ik heb ervoor gekozen om een lieve ladder te ontwerpen. Veel mensen hebben een soort van ladder angst. Ladders zijn hoog, wiebelig en dun. Ik wilde een vriendelijke en uitnodigende ladder ontwerpen. Ik heb er uiteindelijk voor gekozen om de ladder te bekleden met een zacht wit stofje. Ook heb ik er ronde lieve vormen aan gegeven. Ik vind het zelf een geslaagd ontwerp!



De vierde ladder hoefde slechts een constructie te zijn. Deze construstie moest in schaal 1 op 1 uitgevoerd worden. Ik heb een pen-gat verbinding gemaakt van hout.







Ten slotte moest je uit je vier ontwerpen 1 ontwerp kiezen waar je op verder zou gaan. Ik heb toen voor de functie ladder gekozen. Ik zou een demontabele ladder gaan ontwerpen. Ik heb veel veranderd aan het eerste ontwerp. De ladder is dunner geworden en bestaat uit 3 delen die je in en uit elkaar kunt schuiven. Ook de treden zijn demontabel. Aan de onder en boven kant heb ik houten ballen bevestigd. Hieronder zitten antislip strips.
Ik ben heel tevreden over het resultaat! Ondanks dat het niet altijd even goed ging, heb ik er met veel plezier aan gewerkt. Je kunt zelfs op de ladder staan! De had ik niet verwacht!